Overslaan en naar de inhoud gaan

Op 30 maart organiseerden we het politiek debat "Uw gemeente, voor iedereen toegankelijk?" met kopstukken van vijf Vlaamse partijen tijdens het slotevent ‘Iedereen Toegankelijk!’.

Het debat maakte nog maar eens duidelijk hoe belangrijk toegankelijkheid is en hoe het leeft onder de mensen. Voor de vele vragen uit het publiek was de tijd zelfs te kort. De panelleden beloofden de antwoorden achteraf te bezorgen. U leest ze hier, onbewerkt zoals we ze van hen doorkregen. 

Uw plannen voor aangepast vervoer?

"Op welke manier willen steden en gemeenten aandacht besteden aan aangepast vervoer voor mensen met een handicap en ouderen? Welke initiatieven ondernemen jullie al en welke plannen zijn er nog?"
- Inge Der Kinderen, persoon met een mobiliteitsbeperking

logo CD&V

We evolueren van basismobiliteit naar basisbereikbaarheid. Deze ‘basisbeschikbaarheid’ krijgt vorm in een gelaagd vervoersnet en betekent een grote ommekeer in de organisatie van het (openbaar) vervoer in Vlaanderen. 

Dankzij de introductie van Basisbereikbaarheid zal het openbaar vervoer in de toekomst gelaagd georganiseerd worden. Een eerste laag bestaat uit het kernnet: de voorstedelijke en interstedelijke verbindingen, die de grootste attractiepolen met elkaar linken. Het kernnet zal ook in de toekomst uitgetekend worden door De Lijn. De tweede laag bestaat uit het aanvullende net, dat aantakt op het kernnet en bijvoorbeeld verbindingen maakt met buitenwijken en kleinere kernen. De vervoersregioraden krijgen inspraak om dit aanvullende net mee uit te tekenen. De derde laag bestaat uit het vervoer op maat: lokale of private initiatieven die inspelen op een heel particuliere nood (zoals belbussen, de pendeldienst van een bedrijf of het busje van een rusthuis). De vervoersregio's krijgen de regie in handen om dit vervoer op maat zelf te organiseren.

Lokale besturen krijgen hierdoor zeggenschap over de organisatie van de mobiliteit in hun gemeente en kunnen zo beter inspelen op lokale vervoersvragen en - mogelijkheden.

Een kans die we als CD&V zeker willen aangrijpen. Zo worden er in het district Berchem vandaag reeds ‘markt’-busjes ingelegd en heeft de gemeente Mol een ‘Molmobiel’ waarmee mensen die minder mobiel zijn vervoer kunnen krijgen naar de markt, winkelbezoek, kapper, …

Daarnaast blijft de toegankelijkheid van voertuigen en veilige haltes van De Lijn, MIVB en NMBS en de bereikbaarheid ervan een prioriteit. De voertuigen dienen uitgerust te worden voor de meest gebruikte hulpmiddelen voor personen met een beperking en ouderen.

logo Groen

Nog in afwachting van een antwoord. Zodra we dit ontvangen, leest u het hier.

logo N-VA

Voor het mobiliteitsvraagstuk, spelen natuurlijk meerdere niveaus, het Vlaamse en het lokale.

  1. Lokaal niveau: Wegbeheerders, dus ook de gemeenten, kunnen terecht bij deskundigen ‘Doorstroming’ voor advies over het ontwerp en de uitvoering van concrete inrichtingsplannen. De herinrichting van een straat, stadscentrum of stationsomgeving is een ideale kans om ook de haltes van De Lijn aan te passen. Daarnaast kunnen gemeenten ook zelf initiatieven opzetten rond mindermobielenvervoer, zoals de mindermobielencentrales (bv. Maarkedal) of zelfs werken met taxicheques (bv. Evergem).
  1. Vlaams niveau – Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn Ben Weyts:
  • Toegankelijke bussen: Elk nieuw voertuig dat in dienst wordt genomen, is conform het reglement nr. 107 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), toegankelijk voor personen met een beperkte mobiliteit. Eind dit jaar zullen 93% van de bussen toegankelijk zijn en in 2020 zullen alle bussen toegankelijk zijn. Toegankelijke trams worden ingezet voor 70 procent van de dienstverlening op de sporen.
  • Meer toegankelijke bushaltes: Bij het begin van deze legislatuur werd het aantal toegankelijke bushaltes geschat op 2-3%. Ben Weyts liet een volledige inventarisatie uitvoeren van alle bushaltes o.b.v. hun toegankelijkheid. De cijfers hiervan werden begin dit jaar vrijgegeven. Slechts 26% van de haltes zijn geschikt voor mensen met een rolstoel indien ze assistentie krijgen, zonder assistentie beperkt dit zich tot 10% van de haltes. Voor blinden of mensen met een zware visuele beperking is maar 5% van alle haltes in Vlaanderen aangepast. Er is dus nog wat werk aan de winkel. Daarom werden meer toegankelijke bushaltes opgenomen als operationele doelstelling in de beheersovereenkomst met De Lijn.
  • Meer mobiele lijnen: Om tot een aanvaardbaar aandeel toegankelijke haltes te komen wordt een planmatige aanpak vooropgesteld. Hiervoor wordt het concept 'Meer Mobiele Lijn' (MML) naar voor geschoven. In 2017 werd een rapportagetool ontwikkeld om op basis van de toegankelijkheidsstatus van de haltes potentiële ‘Meer Mobiele Lijnen’ te detecteren. Het is de bedoeling om in samenwerking met de vervoerregioraden aan de wegbeheerders aanbevelingen te kunnen doen om tot een planmatige aanpak van meer toegankelijke haltes en zo tot een (steeds groter) netwerk van ‘meer mobiele lijnen’ te komen. Op een MML worden toegankelijke voertuigen ingezet en heeft meer dan de helft van de haltes de status “toegankelijk”. De MML-aanpak heeft ook tot doel om de beschikbare middelen voor de aanleg van toegankelijke haltes zo gericht mogelijk te kunnen inzetten.
  • Afbouw reservatieplicht: Bij de belbus van 2u naar 1u; proefproject in Limburg voor een streekbus van 24u naar 2u + meer mobiele lijnen.
  • Investeringen in aangepast vervoer voor mindermobielen: Het budget voor aangepast vervoer werd deze legislatuur verhoogd van 2,6 miljoen euro naar 4 miljoen euro. Hiermee worden de laatste blinde vlekken in het DAV-systeem (*) ingevuld. DAV wordt zo voor het eerst gebiedsdekkend voor heel Vlaanderen. Ook wordt De Lijn meer toegankelijk gemaakt, o.a. door mobiele lijnen in te voeren. Zo zorgt minister Weyts ervoor dat de dienstverlening verder kan groeien en kan inspelen op de toenemende vraag. Diensten zoals de vzw's Rolkar in Antwerpen en Mobar in Gent kunnen rekenen op extra middelen om hun werking uit te breiden.
  • Proefprojecten voor vlotter woon-schoolverkeer buitengewoon onderwijs: minister Weyts heeft samen met zijn collega Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits de weg vrijgemaakt voor 2 proefprojecten die gaan experimenteren met een andere manier om het leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs te organiseren. Het uitgangspunt is dat het leerlingenvervoer niet langer vanuit Brussel wordt uitgetekend, maar vorm krijgt via lokaal overleg. Zo kan het aanbod beter worden afgestemd op de lokale mogelijkheden, de alternatieven en de zorgvragen en de zorgnoden van de leerlingen zelf.

(*) Diensten Aangepast Vervoer.

logo Open VLD

Nog in afwachting van een antwoord. Zodra we dit ontvangen, leest u het hier.

logo sp.a

Nog in afwachting van een antwoord. Zodra we dit ontvangen, leest u het hier.

Contact

info@inter.vlaanderen

Inter

Tussen mens en omgeving | 011 26 50 30